Een triggerpoint (spierknoop) is een drukgevoelig plekje in een strakke streng spierweefsel dat pijn doet als je erop drukt. Als je erop drukt kan het de symptomen van de pijn bevestigen op de plek zelf, of uitstralen naar andere plekken in je lichaam.

Door heel gericht en lokaal te behandelen is het mogelijk om pijnprikkels elders in het lichaam te verlagen en te laten verdwijnen. Veel van de pijn in het lichaam heeft daarmee zijn oorsprong in het bindweefsel van de spieren en niet, zoals vaak gedacht, in de gewrichten of organen.

Wat de oorzaak van triggerpoints precies is, is men nog niet helemaal uit. De meest gebruikte theorie is een verkramping van spiercellen in een spier. Een spiercel trekt twee verschillende eiwitten naar elkaar toe waardoor de cel korter en dikker wordt. Als heel veel spiercellen dat tegelijk doen dan spant de spier spant zich. Om de spierspanning los te laten moeten de eiwitten in de spiercellen van elkaar los komen.

Om binding van die twee eiwitten te verbreken is zuurstof nodig. De theorie is dat als de spiercellen te lang moeten werken of op den duur onvoldoende zuurstof aangevoerd krijgen dat het kan gebeuren dat de spiercellen zuurstof tekort komen om de verbinding van de twee eiwitten te verbreken. Als dat in heel veel spiercellen tegelijk gebeurd ontstaan microscopisch kleine knoopjes in en tussen de spiercellen.

Door het ontstaan van deze spierknoopjes, wordt de bloedvoorziening binnen de spier nog verder verkleind. De haarvaten in de spier worden dichtgedrukt. Het resultaat is dat zenuwen die in de spier liggen ook zuurstof tekort komen en een pijnreactie doorsturen naar het brein.

Triggerpoints zijn heel makkelijk en met zachte technieken te behandelen, waarbij het de bedoeling is op lokaal niveau de weefseldoorbloeding te herstellen waardoor de basisspanning in de spier hersteld kan worden.