Bij een spierscheur (ruptuur) ontstaat een plotse, zeer hevige pijn in de spier. De pijnscheut voelt zoals een zweepslag of een messteek. Het voelt alsof iemand hard tegen de spier schopt of dat er een steentje tegenaan gegooid wordt. Het gebruik van de spier is moeilijk en verhoogt de pijn. Op de plaats van de scheur is soms een inkeping of holte te voelen. Een spierscheur veroorzaakt soms een blauwe plek of een zwelling. Er is sprake van celdood.

Een spier of pees kan volledig of gedeeltelijk gescheurd zijn. Afhankelijk van de ernst van het trauma spreken we van 3 stadia.

Bij een eerstegraads spierscheuring is er minder dan 5% van de spiervezels beschadigd. We noemen dit ook wel ‘strain’: Je kunt nog wel doorlopen nadat je een scherpe stekende pijn voelt tijdens het rennen. Je kunt wel functioneel belasten maar bij passieve rek in de eindfase van de rek voel je ongemak en pijn. Er is geen zwelling of een bloeduitstorting te zien.

Bij een tweedegraads spierscheuring geeft lichte belasting al pijn. Tussen de 5 en 50% van de spiervezels is gescheurd. Het rekken van de spier geeft direct al pijn en de functionaliteit en de kracht van de spier nemen af. Belasten en afwikkelen van het onderliggende gewricht is pijnlijk. Na pakweg 24 uur is een blauwe plek te zien. Soms kun je een ‘deukje’ in de spier voelen of zien.

Bij een derdegraads spierscheuring voel je direct een felle, scherpe pijn en heb je iets horen knappen. Meer dan 50% van de spiervezels zijn in- of geheel afgescheurd (totaal ruptuur). De pijn trekt weliswaar snel weg maar een zwelling en een bloeduitstorting zijn vrijwel direct zichtbaar. Bij het aanspannen van de spier zwelt een van de spierbuiken niet op. In de meeste gevallen dient een derdegraads spierscheuring operatief hersteld te worden. In de spierbuik is een grote deuk te zien en voelen.