Een prolaps is het meest vergevorderde stadium van een hernia en protrusie maar met een verslechterde pijnervaring (vaak een diepe lage rugpijn) en verlaagde bereidheid om te bewegen. Wandelen is niet langer vloeiend maar schuifelend. Voorover buigen is niet meer mogelijk, net als zijwaarts buigen en draaien.

Vaak gaat de pijn ook samen met ‘beentekens’:

  • Een diepe intense beenpijn die verloopt van de heup naar de tenen, al dan niet schietend en/of oppervlakkige, brandende pijn in het onderbeen en/of de voet.
  • Er kan tevens sprake zijn van een doof gevoel in het onderbeen en/of de voet of juist prikkelingen. Er kan ook sprake zijn van krachtsverlies.
  • De voet kan ook koud aanvoelen en blauw aanlopen.
  • Bewegen van de rug werkt pijnopwekkend en daarom ligt men graag met opgetrokken knieën.

Bij een protrusie is de pulpachtige kern volledig door de bindweefsellaag van de tussenwervelschijf heen naar buiten gekomen. De kern drukt met zijn materiaal tegen de achterhoorn van de zenuw aan. Hierdoor treden uitvalssignalen op zoals hierboven vermeld.

Het lichaam wil het materiaal van de pulpactige kern opruimen en beschadigde tussenwervelschijf herstellen. Er treedt daarom een ontstekingsreactie op die ook nadelig effect heeft op de beknelde zenuw. Door de pijnprikkel en de tegenzin om te bewegen wordt het natuurlijk genezingsproces benadeeld. Operatief ingrijpen kan noodzakelijk zijn.