Er is sprake van celnood als weefsel niet daadwerkelijk beschadigd is geraakt maar op rek of overstrekt is geraakt. Celnood kan ook ontstaan als de circulatie voor vocht en voedingsstoffen beperkt raakt of afgekneld wordt.

In het weefsel liggen verschillende zenuwen die ieder een eigen taak hebben om te registreren. Zo zijn er zenuwen die rekspanning bewaken, anderen voor pH-balans, zuurstoftoevoer, aanspannen van spieren. Bij een trauma kan het zijn dat deze zenuwen bedreigd worden. Als de zenuwen een situatie van dreigend gevaar registeren gaan ze signalen uitsturen die door het brein als pijn vertaald kunnen worden. Als dit niet hersteld wordt kan er op termijn sprake worden van celdood, weefsel zal afsterven.

Als het gevaar vermeden is zijn de zenuwen nog enige tijd alert. Ze slaan sneller alarm dan in rust. Het lichaam wordt beschermd om in de toekomst dreigend gevaar eerder te vermijden. Dit is de reden waarom sommige mensen een lage prikkeldrempel hebben en anderen niet, of telkens last blijven houden van restklachten.