Door bindweefsel (fascia) specifiek te trainen verbeteren je sportprestaties.

Naast wat spieren doen als ze aanspannen, beïnvloeden ze ook fascia. Fascia vormt een door het hele lichaam gelegen, functioneel geïntegreerd netwerk. De eigenschappen van fascia zorgt voor stabiliteit en veerkracht, verdeelt spanning, rek en fixatie en compenseert lichamelijke overbelasting. In dit bericht worden 3 eigenschappen van fascia uitgelegd die trainbaar zijn en daarmee een grote bijdrage kunnen leveren aan je sportprestaties.

De fucntionele eigenschappen van fascia

De functionele eigenschap van fascia wordt bepaald door de rangschikking van de vezels. Het kan los zijn, maar ook trekvast als het moet. Vergelijk een bolletje watten maar eens met de stof van een t-shirt.

Het bolletje watten geeft veel meer mee als we er rustig aan trekken. Het neemt vrij gemakkelijk verschillende vormen aan. Tot het punt dat het bolletje watten niet meer in beweging te brengen is. Als er teveel trekkracht op komt te staan schiet het ‘op slot’. Ineens zit het muurvast. Het scheurt als we er teveel kracht op loslaten.

Zo is het ook met fascia. De manier hoe jij je lichaam gebruikt is van grote invloed op de rangschikking van de vezels. Gelukkig past het lichaam zich aan op de belasting en past daarmee ook de rangschikking aan. Dit is dus goed te trainen.

Trainen van het opvangen van schokken en klappen

Het lichaam verwerkt plotselinge inwerkende krachten door de fascia ‘op slot te zetten’. De vezels van de fascia worden bij elkaar gehouden door een tussenstof. Hoe stroperig de tussenstof is, hoe stugger het beweegt. Met dit volgende experiment laat ik zien dat een tussenstof erg waterig kan zijn maar tegelijkertijd de eigenschap kan hebben om heel snel heel hard te worden. Met dit experiment boots ik de tussenstof van de gewrichten (synovia) na.

De synovia is vergelijkbaar met eigeel. Als ik mn vingers er doorheen roer gaat dat prima, totdat ik er met mn vuist in sla of er ineens een bal van wil maken. Dan wordt het direct stijf om daarna binnen 1 seconde weer vloeibaar te worden. Ditzelfde gebeurt met je lichaam en alle tussenstof als je van een grote hoogte op je voeten landt. Het gewrichtssmeer wordt even heel erg stijf zodat de botten niet langs elkaar heen kunnen glijden om de klap op te vangen.

Het plotselinge verharden van de tussenstof is te trainen. Door vaak high-impact oefeningen te doen train je de mate waarin je lichaam van waterig naar ineens superhard kan gaan.

Trainen om zuiniger om te gaan met energie in de spieren

Door de elasticiteit van fascia te trainen kunnen we gebruik maken van energieopslag in de spieren en fascia. Het weefsel heeft de neiging om terug te schieten als we het kort op rek brengen. Als we deze rek niet langer dan 1 seconde op het weefsel uitvoeren dan veert het terug. Dit terugveren geeft energie mee aan de beweging, in dit geval aan het bewegende lichaam.

Met name de pezen en gewrichtsbanden kunnen elastischer worden zodat ze krachtiger terugveren en energie meegeven aan een beweging. Als je voortaan op de bal van de voet landt bij het hardlopen, train je de elasticiteit van bijvoorbeeld de achillespees en de kuitspieren. De rek die op deze structuren komt te staan door op de bal van de voet te landen komt vrij als we direct door bewegen. Gevolg is een snellere en krachtigere beweging tegen een lager gebruik van lichaamsenergie.

Het zorgt ook voor meer flexibiliteit: het zorgt voor een verlaging van blessures en scheuren of breuken.

Trainen van plasticiteit

Als laatste kunnen we plasticiteit van fascia trainen. Dit is een eigenschap die het beste met behulp van een stukje plastic te zien is. Als we rustig maar continu rek op het plastic uitoefenen (net als het bolletje katoen) zien we dat het plastic langzaam verandert van vorm. Het veert echter niet terug als bij het elastiek. Fascia is op deze manier ook te beïnvloeden. Door langzaam te rekken en strekken verandert de structuur van fascia.

Gelukkig reageert het lichaam op deze training door extra vezels in fascia aan te leggen om weerstand te kunnen bieden aan deze (soms blijvende) rek. Het opruimen van oud fascia en het aanleggen van nieuwe vezels vraagt echter 48 tot 72 uur. Door de training zijn de vezels opgerekt en dus ‘beschadigd’. Het is belangrijk om te melden dat het niet slim is om van de spieren die zojuist gerekt zijn grote krachtexplosies te vragen omdat het dan kan doorscheuren. Op deze manier train je fascia om weerstand te bieden aan steeds grotere trekkrachten.

De trainingseffecten op fascia gaan alleen wel langzamer dan bij de spieren. Dit is vaak ook de reden waarom blessures ontstaan. De spieren kunnen de grotere trekkrachten na een week of 15 aan, fascia echter nog niet… Dat is waarom trainen voor een marathon bijvoorbeeld volgens een opbouwend schema verloopt. Dit is om de belastbaarheid van fascia te vergroten.

Verminder pijnklachten en voorkom blessures

Het lichaam reageert op de inwerkende krachten, hetzij snelle of langzame krachten. Met de kennis hoe het lichaam hierop reageert kun je de juiste trainingsvormen kiezen. Tegelijk kun je deze kennis ook toepassen op het laten herstellen van het lichaam na een blessure / zware training of het wegnemen van pijnklachten. Je kiest voor verende en elastische of juist langzaam rekkende prikkels. Door massages in je training in te bouwen ondersteun je de training en weerbaarheid van fascia. Beginnende blessures worden vroegtijdig ontdekt en voorkomen.